DNA rekent af met adoptieleugens

DNA rekent af met adoptieleugens

Geschreven door | 2021-02-06T15:23:53+00:00 06 februari, 2021|Algemeen|

Je bent geadopteerd en je wilt wel eens weten wie jouw biologische ouders zijn. Maar dan blijkt dat er is geknoeid met jouw adoptiedocumenten. Sinds decennia zijn kinderen die in de jaren 70, 80 en 90 vanuit landen zoals Sri Lanka, India, Indonesië en Colombia naar Nederland zijn gehaald, op zoek naar hun roots. Ze komen er nu achter dat er met hun documenten is gesjoemeld, waardoor hun zoektocht een bijna onmogelijke opgave is geworden. Zij nemen hun toevlucht tot commerciële DNA-databanken om bloedverwanten op te sporen. En DNA liegt niet.   

 

Dertig jaar en langer geleden had men nog geen idee dat celmateriaal (DNA) een cruciale rol ging spelen in het terugvinden van biologische familieleden. Door gegevens in de dossiers achter te houden of te vervalsen dacht men toen alle sporen uit te kunnen wissen. Nu weten we dat DNA niet alleen verwantschap aantoont, maar ook de etnische achtergrond in kaart brengt. Ook al blijft een match achterwege, het geeft in elk geval een antwoord op de afkomst.     

 

Maar hoe gaat dat, het opsporen via DNA-tests. Als je bent geadopteerd en je wilt via DNA jouw biologische familie opsporen kan je tegen betaling een DNA-profiel laten aanmaken bij verschillende DNA-databanken. Jouw DNA wordt vergeleken met miljoenen andere geregistreerden.  Er wordt gezocht op directe en op verre verwanten. Verschillende belangenorganisaties die de zoektochten van geadopteerden begeleiden zijn een samenwerking aangegaan met commerciële DNA-databanken zoals Familiy Tree DNA, 23andMe of MyHeritage.   

 

Patricia: ‘Mijn zogenaamde moeder was mogelijk tussenhandelaar’    

 

Een van hen die via DNA op zoek is gegaan naar haar achtergrond is Patricia Steenstra uit Groningen. Zij werd in 1981 in Jakarta geboren. Volgens haar dossier heette ze Irawati en kwam ze als vijf maanden oude baby vanuit Indonesië naar Nederland. Patricia had geen haast om te zoeken naar haar herkomst. Haar dossier leek compleet en de naam en het adres van haar biologische moeder stonden in de stukken. Het zoeken zou niet zo moeilijk moeten zijn.   

 

Dit veranderde toen haar collega Berber Swart, advocate in straf- en vreemdelingenrecht in Groningen vertelde over haar reis door Indonesië. Berber is niet geadopteerd, maar haar vader en schoonmoeder zijn geboren in Indonesië. Door de verhalen van Berber werd Patricia nieuwsgierig. Ze vroeg Berber namens haar op zoek te gaan. Dit deed Berber in 2016 met behulp van een gids in Indonesië.  

 

Op het adres vonden ze niet de vrouw die werd genoemd in het dossier, maar wel familieleden waaronder een tante en een dochter. De vrouw die werd gezocht was overleden, vertelden ze. Patricia was de tweede persoon uit Nederland die zich bij hen meldde. Eerder al werden zij bezocht door een vrouw uit Zwolle, die als geadopteerde op dit adres haar biologische moeder hoopte te treffen. De vrouw uit Zwolle zou dan een zus van Patricia kunnen zijn.   

 

De familie in Indonesië reageerde verbaasd dat er mogelijk nog een familielid in Nederland zou zijn. Ze waren behulpzaam en stonden DNA af om te checken of de gegevens in het dossier klopten. Ook de vrouw uit Zwolle werd gevonden en zij stond DNA af. Er was geen match met het DNA van Patricia. Toen ze ook nog eens hoorde dat de vrouw die in haar dossier voor haar moeder moest doorgaan jaren geleden als tussenhandelaar met baby’s uit de dorpen naar Jakarta vertrok, om ze daar te verkopen aan weeshuizen, was de shock voor Patricia compleet. Zij was waarschijnlijk één van deze baby’s.   

 

Patricia is perplex over zoveel leugens in haar dossier. Haar vertrouwen in haar adoptieprocedure is in een klap vernietigd. “Mijn echte moeder heeft dus niet voor afstand getekend, dit was zo schokkend om te vernemen”, zegt ze later. Haar zoektocht heeft haar identiteit aangetast. “Want wie ben ik dan wel?” Toch heeft ze haar hoop niet verloren: “Misschien is mijn moeder ook op zoek naar mij, of zijn haar gegevens terecht gekomen in het dossier van een ander”.  

 

DNA-uitkomsten vertellen wat media eerder berichtten   

 

Ieder kind heeft het recht om te weten van wie het afstamt. Dit staat in het internationale kinderrechtenverdrag. Juist om die reden zouden de adoptiedocumenten naar waarheid en volledig moeten zijn samengesteld. Dat die dossiers nu blijken te haperen, werd ruim veertig jaar geleden al in de media aan het voetlicht gebracht. In 1978 doet psycholoog W. Wolters, toen verbonden aan het Wilhelminaziekenhuis in Utrecht, in een interview in de Volkskrant een opmerkelijke uitspraak: “De kinderen vertonen bij aankomst soms verschijnselen van ondervoeding en groeistoornissen. Darminfecties komen veel voor, maar ook de opgegeven leeftijd blijkt soms niet te kloppen”. Amanda Janssen uit Nieuwegein kwam met haar oudere zus in 1985 vanuit Sri Lanka bij een gezin in Weert terecht. Amanda was volgens de papieren enkele weken oud, haar zus twee jaar en tien maanden. De zus begon kort daarop met het wisselen van haar gebit. Ze was in werkelijkheid ouder.   

 

In augustus 1979 pakt de Indonesische politie een vroedvrouw en twee mannen op, waaronder een ambtenaar van de burgerlijke stand. Zeer arme boeren of alleenstaande moeders waren overgehaald een kind voor 65 gulden af te staan. De geboorteaktes werden ‘herzien’ en de vroedvrouw vermeldde in het dossier dat de moeder in het kraambed was overleden. Dertig baby’s gingen met deze formulieren naar Nederland.    

 

Dat het ministerie van Justitie destijds al op de hoogte was van het geknoei met geboorteaktes blijkt wel uit hun reactie in de media: “We hebben het volste vertrouwen dat de ouders niet opzettelijk illegaal te werk zijn gegaan. En terugsturen van kinderen die hier nu al min of meer gewend zijn, zou onmenselijk zijn”. Aanleiding om scherper toe te zien op immigratie van buitenlandse kinderen was niet nodig: “Als de documenten in orde zijn, is er geen aanleiding een vergunning te weigeren”.   

 

In 1980 wordt in een arme wijk van Jakarta een 30-jarige vroedvrouw opgepakt. Ze heeft op haar vliering achttien pasgeboren baby’s opeengepakt staan. Die waren besteld door een stichting die de baby’s voor adoptie aanbood voor duizend gulden. Staatssecretaris Haars (justitie) reageert: “Wij kunnen niet verantwoordelijk zijn voor wat ze in het buitenland doen”. Nani Keizer uit Zwolle was in 1982 twee maanden oud toen zij vanuit Jakarta naar Nederland kwam. Tijdens haar zoektocht ontdekte ze door middel van een DNA-test dat de biologische moeder in haar dossier niet haar moeder was maar een vrouw van het kindertehuis, die op de baby’s paste.   

 

Uit een onderzoek van de Rijkspolitie in Amsterdam in 1982 blijkt dat jaarlijks 300 kinderen illegaal uit Zuid-Amerikaanse landen Nederland binnenkomen. In datzelfde jaar verklaart de directeur van de gerechtelijke politie in Peru tegenover het Franse persbureau AFP dat zo’n zestig Peruaanse kinderen illegaal Europa binnen zijn gekomen. Drie hiervan zijn opgenomen in Nederlandse gezinnen. Ook dan zeggen de Nederlandse autoriteiten: “In Nederland kunnen wij er niets aan doen, dat er in Peru valsheid in geschrifte wordt gepleegd”.    

 

De ministeries van Buitenlandse Zaken en Justitie zijn vanaf 1991 via de Nederlandse ambassade in Colombo al op de hoogte van misstanden rond adopties in Sri Lanka. Correspondentie hiervan is bewaard gebleven en kwam in 2018 boven tafel tijdens de rechtszaak die de in Sri Lanka geboren Dilani Butink tegen de staat aanspande. Zij stelde de Nederlandse Staat aansprakelijk voor haar onrechtmatige adoptie in 1992. In september besliste de rechtbank dat die adoptie te lang is geleden om nog over de eventueel gemaakte fouten te kunnen oordelen. Butink is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.

Adoptie van 1956 tot 2020    

De adoptiewet werd op 1 november 1956 ingevoerd. Het doel van deze wet is nog steeds dat het geadopteerde kind in juridische zin volledig kind van de adoptieouders wordt. In die periode was uitsluitend sprake van adoptie binnen Nederland. De wet maakte het de afstandsmoeder of -vader onmogelijk het kind weer op te eisen. De binnenlandse adoptie stopte in de zeventiger jaren, onder meer door het gebruik van anticonceptie. Tientallen particuliere adoptieorganisaties legden zich vervolgens toe op de bemiddeling van buitenlandse kinderen     

  

In 1980 daalt voor het eerst in tien jaar het aantal adoptieverzoeken bij het Ministerie van Justitie. In 1979 waren dat 3388 aanvragen, in 1989 nog 1395. Dit kwam onder meer doordat de overheid flink bezuinigde en de werkeloosheid toenam. Maar ook verschenen publicaties over opvoedingsproblemen van geadopteerde kinderen en kinderhandel. De regeringen van Bangladesh en Indonesië stelden rond 1983 een adoptieverbod in. Ethiopië volgde in 2018.    

In 1998 steeg het aantal adoptieverzoeken opnieuw. Dit kwam door de economische bloei, maar ook voor de eenouder en homostellen werd adoptie mogelijk. Vanaf dat moment werd de voorbereidingscursus voor de aspirant-adoptieouder verplichte kost. In 2002 kregen 1130 adoptiekinderen een plek binnen de Nederlandse gezinnen. In 2019 daalde dat aantal naar 145.     

oeder of -vader onmogelijk het kind weer op te eisen. De binnenlandse adoptie stopte in de zeventiger jaren, onder meer door het gebruik van anticonceptie. Tientallen particuliere adoptieorganisaties legden zich vervolgens toe op de bemiddeling van buitenlandse kinderen    

 

  

In 1980 daalt voor het eerst in tien jaar het aantal adoptieverzoeken bij het Ministerie van Justitie. In 1979 waren dat 3388 aanvragen, in 1989 nog 1395. Dit kwam onder meer doordat de overheid flink bezuinigde en de werkeloosheid toenam. Maar ook verschenen publicaties over opvoedingsproblemen van geadopteerde kinderen en kinderhandel. De regeringen van Bangladesh en Indonesië stelden rond 1983 een adoptieverbod in. Ethiopië volgde in 2018.    

In 1998 steeg het aantal adoptieverzoeken opnieuw. Dit kwam door de economische bloei, maar ook voor de eenouder en homostellen werd adoptie mogelijk. Vanaf dat moment werd de voorbereidingscursus voor de aspirant-adoptieouder verplichte kost. In 2002 kregen 1130 adoptiekinderen een plek binnen de Nederlandse gezinnen. In 2019 daalde dat aantal naar 145.

   

Belangenorganisaties, Facebookgroepen en verenigingen: hulp bij zoeken naar familie   

 

Er zijn inmiddels zo’n 23 belangorganisaties. Deze groepen zijn opgezet door mensen die zelf een zoektocht naar hun biologische familie achter de rug hebben en hun kennis en ervaring gebruiken om anderen in hun zoektocht te helpen. Enkele organisaties worden hier belicht.  

 

Ibu Indonesia, in 2019 opgericht door Patricia Steenstra, Nani Keizer en Berber Swart. De stichting heeft als doel van zoveel mogelijk moeders in Indonesië DNA af te nemen, die (ongewild) hun kind hebben afgestaan en van geadopteerden die op zoek zijn. Er wordt gezocht naar contactpersonen in Indonesië die iets van deze adopties afweten (bronnen) en worden gegevens uit adoptiepapieren verzameld. Mogelijk zijn genoemde getuigen moeders, of zijn de kinderen die zijn afgestaan in de papieren gekoppeld aan de verkeerde biologische moeder.  

 

Stichting Mijn Roots biedt hulp en advies aan geadopteerden die zoeken naar hun biologische familie in Indonesië. De stichting heeft tot diep in de Indonesische samenleving contacten en zocht al voor de officiële oprichting in 2016 naar biologische familieleden. Door de contacten met de ambassades en ministeries in Indonesië is het mogelijk geworden dat geadopteerden, die hun familie hebben gevonden, langer dan ‘gewone toeristen’ in Indonesië mogen verblijven. Een van de initiatiefnemers is Christine Verhaagen uit Wanneperveen (onder de rook van Meppel). Zij kwam in 1981 als zes maanden oude baby in het Friese Heerenveen en later Oudehaske terecht. Als twintiger ging ze in Groningen studeren en ontmoette ze andere geadopteerden. Ze werd benieuwd naar haar eigen achtergrond. Ze probeerde het onder andere via de televisieprogramma’s Spoorloos en Vermist, maar haar dossier was te incompleet. Ze kreeg hulp van Ana van Valen, medeoprichtster van Mijn Roots en woonachtig in Indonesië, maar de vermelde biologische moeder en twee broers waren onvindbaar.    

 

Marcia Engel is de drijvende kracht achter Plan Angel. De stichting zet zich sinds 2008 in voor geadopteerden uit Colombia. Plan Angel roept Colombiaanse geadopteerden en ouders op DNA af te staan. Het DNA-project is een belangrijke activiteit van Plan Angel. De initiatiefneemster wordt gedreven door haar eigen ervaring. Ze kwam al twee jarig meisje bij haar Nederlandse ouders. Na de geboorte van haar zoon ging ze op zoek naar haar biologische ouders. Haar was altijd verteld dat ze weeskind was. Na negen jaar zoeken kwam ze een man tegen die zich haar vader noemde, maar niet haar biologische vader bleek te zijn. Onder meer Plan Angel en Stichting Mijn Roots proberen al jarenlang (met succes) de illegale adoptiepraktijken in de media en op de politieke agenda te krijgen.  

De stichting ‘Sri Lanka DNA’ helpt geadopteerden uit Sri Lanka te zoeken naar hun biologische familie door DNA-materiaal te verzamelen in de DNA-databank van Family Tree DNA. De stichting bestaat sinds 2018 en wordt beheerd door Amanda Janssen en Wendy Ridder. Ongeveer honderd moeders en meer dan driehonderd geadopteerden hebben zich vanaf 2018 geregistreerd. In 25 gevallen was sprake van een DNA-match. De stichting vindt dat er Reconnection homes (aanmeldpunten) in Sri Lanka moeten komen voor families en geadopteerden, die naar elkaar op zoek zijn. Amanda kwam met haar oudere zus vanuit Sri Lanka in een Nederlands gezin. Jaren later wees een DNA-test uit dat de beide meisjes geen biologische zussen zijn.  

Tweede Kamer voor verruimen verjaringstermijn illegale adoptie  

De meerderheid van de Tweede Kamer wil dat de verjaringstermijn bij illegale adopties wordt aangepast. De Kamerleden stemden op 1 december voor de motie die de SP en SGP eind november hierover indienden. Op dit moment zijn delicten bij adoptie na twintig jaar verjaard. In de huidige Nederlandse wet begint de termijn op het moment van adoptie en het kind dus onder de zes jaar oud is. Dit haalde de rechter dit jaar ook aan in de zaak van de uit Sri Lanka geadopteerde Butink. Iemand die geadopteerd is stelt pas op latere leeftijd vragen over de afkomst. Hij of zij zou dan maar een paar jaar hebben om alles over de adoptieprocedure uit te zoeken. “Een forse stap in de goede richting”, zegt Dewi Deijle, ze is juriste en in 1980 vanuit Indonesië geadopteerd. Dit najaar startte zij de petitie ‘afstammingsrecht mag niet verjaren’.

 

Over de auteur:

Marjan Buring is eigenaar van het Algemeen Drents Persbureau. Ze is sinds 2000 rechtbankverslaggever. Maar ze maakt bijvoorbeeld ook reportages voor het Dagblad van het Noorden, die soms worden voorzien van korte filmpjes. Twitteraars kennen haar als @Marjannnnn