ZWOLLE (ADP) – Vier zorgverleners van een GGZ Drenthe hebben een waarschuwing gekregen omdat zij vertrouwelijke informatie over een oud-verpleegkundige van het Wilhelminaziekenhuis in Assen hebben gedeeld zonder dat daar voldoende reden voor was. Dat heeft het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle bepaald. De klachten tegen twee andere zorgverleners van deze instantie zijn ongegrond verklaard.
De oud-verpleegkundigde werd in 2022 door zijn huisarts naar het traumacentrum van de ggz-instelling verwezen vanwege werkgerelateerde psychische klachten. De man had in de coronaperiode in het ziekenhuis onder hoge druk gepresteerd.
Daarbij kreeg hij psychische problemen door de manier waarop patiënten door dit virus zijn overleden. Tijdens de behandeling werd informatie over hem gedeeld met zijn voormalige werkgever en de politie. De man zat vervolgens zes weken in voorlopige hechtenis.
Het Openbaar Ministerie (OM) startte een onderzoek naar strafbare feiten die mogelijk door de verpleger zouden zijn gepleegd. De oud-verpleger werd een tijdlang verdacht van betrokkenheid bij de dood van twintig patiënten in het ziekenhuis in Assen. De man heeft altijd ontkend. Ongeveer een jaar later seponeerde het OM de strafzaak wegens gebrek aan bewijs.
Het tuchtcollege benadrukt dat zorgverleners alleen in uitzonderlijke gevallen hun beroepsgeheim mogen doorbreken, bijvoorbeeld als sprake is van een zogenoemd conflict van plichten. Daarbij bijvoorbeeld denkende aan het ontstaan van acuut gevaar voor anderen.
Volgens het college hebben twee psychiaters echter onvoldoende onderbouwd dat daarvan daadwerkelijk sprake was. Ook is niet gebleken dat minder ingrijpende alternatieven zijn onderzocht of dat de patiënt om toestemming is gevraagd.
Daarnaast kregen een klinisch psycholoog en een gz-psycholoog een waarschuwing. Volgens het tuchtcollege hebben zij zich te veel gericht op de vraag of informatie met politie of derden moest worden gedeeld en te weinig oog gehouden voor hun primaire taak als behandelaar en voor de belangen van de patiënt.
De klacht tegen een derde psychiater werd ongegrond verklaard. Zij was alleen betrokken bij de beoordeling van het suïciderisico van de patiënt en had volgens het college geen rol bij de beslissing om het beroepsgeheim te doorbreken.
Ook de klacht tegen een verpleegkundige werd ongegrond verklaard. Het tuchtcollege kon niet vaststellen dat zij verantwoordelijk was voor de uiteindelijke beslissing om informatie te delen. Bovendien had zij juridisch advies ingewonnen en de casus zorgvuldig besproken binnen het behandelteam.
Het tuchtcollege legt de vier betrokken zorgverleners een waarschuwing op, de lichtste tuchtrechtelijke maatregel. Volgens het college hadden zij kritischer moeten toetsen of het doorbreken van het beroepsgeheim noodzakelijk en gerechtvaardigd was.
De advocaten Ronald Knegt en Tjalling van der Goot die de oud-verpleegkundige bijstonden in de tuchtzaak is hun cliënt tevreden met deze uitspraak. “Het tuchtcollege heeft hierbij het belang van het beroepsgeheim en de professionele normen die voor zorgverleners gelden, nadrukkelijk bevestigd”.
Er kan nog hoger beroep worden aangetekend bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Door de klager (oud-verpleegkundige in dit geval), maar ook door de zorgverleners. Daarvoor hebben ze dan zes weken de tijd om hoger beroep in te dienen. “Client hoopt dat het zover niet hoeft te komen”, aldus de raadsheren van de oud-verpleegkundige.